side bg

Jos en Gerrie van Lunsen

Binnenschippers in Wijk bij Duurstede

het schip De Risico

Het schip “De Risico”

Jos en Gerrie van Lunsen, geboren in 1940 en 1943, zijn hun hele werkende leven binnenschippers geweest, met Wijk bij Duurstede als thuishaven. Daarover kunnen zij boeiend vertellen. De verhalen geven een beeld van het leven van een binnenschipper in de 2de helft van de 20ste eeuw. Een blik op een levensstijl die voorgoed verleden tijd is.

 

Kinderjaren van Jos op de wal
Jos werd geboren op 7 oktober 1940 als Jozef Wilhelmus van Lunsen in een pand dat naast het nu nog bestaande veerhuis (vlak bij de pont aan de oever van de Lek) stond. Hij was de tweede van de zes kinderen van GW van Lunsen, timmerman en Marie Brouwer, die de meeste (oudere ) Wijksen nog kennen als de badjuffrouw van het zwembad in de Lek. Veel familieleden van de familie Brouwer verdienden hun brood als schipper, maar ook had een aantal een goede handelsgeest of zat in een andere transportbusiness. Jos’ opa Brouwer en zijn broer hadden een scheepje.

De vader van Jos was timmerman. Hij werkte bij Hille en Roose, bouwers van waterstaatprojecten (sluizen etc). De ouders van Jos zijn vaak verhuisd omdat zij “met het werk mee gingen” als er een groot project af was ging men mee naar het volgende. Zo woonden ze in Tiel, in Uden en in Wijk (Oeverstraat 43).

Van jongs af aan was Jos geïnteresseerd in varen. Als kleine jongen zat hij veel op de pont en hielp hij zijn opa en zijn oom Jo al met het vervoer van zand en grind. Later werkte hij bij de firma Nout, die verschillende schepen in eigendom had. In 1963 trouwde hij met Gerrie Kosterman. Het jonge stel besloot als schippersechtpaar de kost te gaan verdienen.

Sparen voor een eigen schip
Zij begonnen hun schippersloopbaan met het varen “op procenten”. Je voer dan op een schip van een andere eigenaar en kreeg een percentage van de opbrengst van de vrachten om te sparen voor een eigen schip.

Dat kwam er in 1979. Hun eerste schip was een zg. “Hagenaar” en heette “De Risico” Het was al een “ouwetje”, het was gebouwd in 1898.

Gerrie vertelt dat er bij de Kostermannen vaak werd neergekeken op de leden van de familie Lunsen, die in de scheepvaart hun brood verdienden. Zij behoorden als varenden tot het “woonwagentuig”  en ze waren volgens de Brouwertjes te streng katholiek.
De andere opa van Jos (Van Lunsen) had een schoenmakerij tegenover de katholieke kerk en was naast schoenmaker ook koster.

Het huidige Calypsopand op de markt was destijds eigendom van de kerk. Het was sigarenhandel, parochiehuis en af en toe bioscoop. Wie de sigarenwinkel wilde runnen, moest ook koster worden. De vader van Jos wilde dat niet. De broer  (dus de oom van Jos) wel. Zijn bijnaam was “Rooie Toon” (volgens Gerrie vanwege zijn rode neus).
Behalve in  de binnenscheepvaart waren de inwoners  van Wijk werkzaam in de jaren 50 in Wijk in het fruit, de steenfabrieken en een graan fabriek. Naast de kleine middenstand natuurlijk.

Herinneringen van een volbloed schipper

Schipper Jos op zijn praatstoel

Schipper Jos op zijn praatstoel

Jos vertelt met zichtbaar plezier over de gang van zaken in de tweede helft van de 20ste eeuw. Echt niet heel lang geleden, maar veel zaken zijn toch al echt helemaal geschiedenis.

Een rijdende pont
Zo had Waterstaat in het verleden  de verplichting om  na een bepaald aantal kilometers te zorgen voor een overgangsmogelijkheid over rivieren of kanalen.

Op cruciale punten lagen er degelijke bruggen en voeren er grote ponten, maar op stillere plekken werden er goedkopere mogelijkheden gezocht Bijvoorbeeld de zg “rijdende veerponten”. Men legde rails op de rivierbodem., waarop een grote bak op hoge poten met wielen heen en weer kon rijden. Ook in het Amsterdams Rijnkanaal lag zo’n rijdende pont.

“Wat….. geen brood op zondag!!!!”
In 1965 hadden Gerrie en Jos dagenlang in de mist gezeten, waardoor het hele vaarschema in de war was. Zij hadden daardoor ook al een aantal dagen geen mogelijkheden gehad hun voorraden aan te vullen.

Toen ze in de binnenvaarthaven Werkendam aankwamen op zondag, wilde Gerrie en Jos graag brood en andere noodzakelijke zaken aanschaffen. Dat gaf veel commotie, want Werkendam is zeer christelijk en hanteert de zondagsrust.

Jos vond dat ze een medemens best een keer konden helpen. Dat bleek lastig. Toen heeft Jos een politie escorte geregeld en kreeg hij van de bakker, die kennelijk was geschrokken toch brood mee.

Ongenode gast
Toen het schip van Gerrie en Jos in de sluis van Amerongen lag in het – voor hen – gedenkwaardige jaar 1979, zagen ze dat er nog een schip aankwam dat de sluis wilde binnenvaren. Helaas hadden de schipper en zijn vrouw een verschil van mening en letten daarom niet goed op.

Ze voeren met volle vaart op tegen De Risico. De ravage was enorm De stuurhut lag op de bodem. Jos en Gerrie kwamen met de schrik vrij, maar het kostte uiteindelijk 28 werkdagen en 55.000 gulden om de schade te herstellen. “En de schipper heeft nooit zijn excuus aangeboden” merkt Gerrie op. “Later”, vertelt ze , “kwam ik hem tegen op de Wijkse pont. Daar was hij kaartcontroleur. Hij had mij zeker herkend, want hij vroeg of ik nog wist wie hij was. Toen heb ik wel even mijn gram gehaald en gezegd dat ik wel degelijk wist dat hij die kluns was die ons schip kapot gevaren heeft!”

Stank voor dank
In het jaar 1975 voeren Gerrie en Jos op het Alkmaarder meer. Er kwam een schip naar hen toe gevaren. Jos gaf hem de ruimte, zoals dat gebruikelijk is volgens de voorrangsregels op het water. Echter toen voer er een zeilboot tegen dat andere schip aan, waarbij er diverse mensen in het water vielen. Jos gooide onmiddellijk een reddingsboei om de mensen uit het water te halen. Even later stapten ze over op een boot die naar de haven voer.

Toen Jos en Gerrie in Alkmaar aankwamen, werden ze tot hun verbazing opgewacht door de politie, die hen meedeelde dat hij hen ging bekeuren omdat ze de vaarregels niet hadden gevolgd en er mensen te water waren geraakt daardoor.
Gerrie en Jos stonden paf. De agent  wilde van alles weten en schreef een heel verhaal op. Toen Jos eindelijk de kans kreeg zijn versie van het verhaal te vertellen, bleek dat de drenkelingen de zaken wel wat fout hadden voorgesteld en werd de bekeuring gelukkig verscheurd. ”En ik maar denken, dat ik wel een doos goede sigaren verdiend had voor mijn reddingsactie”, lacht Jos. Maar ja, eind goed al goed, al blijft het wel een beetje stank voor dank.

Reanimatie
Gerrie en Jos lagen vaak met hun schip in Wijk. Ze lagen dan in de oude haven. Onder de Walmuur was de standplaats van een aantal woonwagens.

Wanneer ze in Wijk waren werden er allerlei zaken geregeld, zoals het inenten van de kinderen. De dokter kwam dat bij hun aan boord doen. Toen hij net vertrokken was hoorden ze een hoop lawaai en gegil. Het bleek dat er een kindje van een woonwagenfamilie in het water was gevallen. Jos heeft het er met een haak uitgehaald.

Men had het op de wal gelegd met een zak erover, omdat de ouders dachten dat het al overleden was. Jos zag echter dat het nog bewoog en wilde gaan beademen. Helaas duwde ze hem weg en kreeg hij geen kans het kind te helpen. Toen de dokter arriveerde heeft hij nog geprobeerd het te redden, helaas was het toen echt te laat. Een trieste ervaring.

Er kwam ook wat bij kijken

Ook toen was er veel bureaucratie

Ook toen was er veel bureaucratie

Wie denkt dat het vroeger eenvoudig toeging wat betreft het registreren van de transporten, heeft het mis. Wellicht is het zelfs nu eenvoudiger, omdat alles geautomatiseerd gaat en digitaal. Vroeger waren er ook heel veel voorwaarden en regels waar je je aan moest houden. Dat werd ook streng gecontroleerd.

De schippers moesten behoorlijk wat tijd besteden aan hun administratie. Elk schip moest officieel geregistreerd staan met de specifieke voorwaarden die per schip en soms per schipper verschilden. Ook de vrachten werden nauwkeurig bijgehouden in de vrachtboekjes.

Schippers af
Op 4 december 1990 zijn Jos en Gerrie gestopt met hun varende bestaan. Eerder dan het plan was, vanwege de ziekte van Gerrie, die o.a. evenwichtsstoornissen veroorzaakte en dat moet je nu net niet hebben op een schip.

Hun zoon is ook schipper geworden, maar heeft ervoor gekozen om zich te verhuren aan een baas. Hij heeft dus geen eigen schip.

Zowel Jos als Gerrie signaleren trouwens dat het in deze tijd steeds minder voorkomt dat men echt met het hele gezin op een schip leeft. Er zijn steeds minder schepen, waar de vrouw ook permanent aan boord woont. Het is veel meer een baan geworden, waarbij met volcontinu vaart in wisselende diensten.

Betaald in ECU’s
Het schip van Gerrie en Jos was al behoorlijk op leeftijd. In die tijd bestond er een rijkssloopregeling. Ze kozen ervoor hier gebruik van te maken en zo werd het schip in 1991 voor de sloop ingeleverd. Bijzonder daarbij was dat men toen al bezig was een Europese munt te creëren. Deze voorloper van de Euro heette ECU en werd nog slechts op papier ingezet. Jos en Gerrie kregen dus – op papier- ECU’s voor hun schip, maar uiteindelijk wel gewoon guldens op de bank.

Altijd bezig
Gerrie en Jos hebben zich in hun leven “na het schipperen” nooit een seconde verveeld. Jos heeft op afroepbasis nog veel gevaren voor anderen en vaart op dit moment nog als vrijwilliger op het voetveer tussen Druten en Dodewaard; dat vaart alleen ’s zomers voornamelijk voor toeristen.

Gerrie kwam als snel via de hobby van zoonlief: postzegels verzamelen – terecht bij de postzegelvereniging in Wijk bij Duurstede. Daar beheert ze het winkeltje, doet ze de nieuwtjesdienst, staat op de beurzen, zorgt voor de verspreiding van het clubblad en zorgt voor de gezelligheid op de postzegelavonden.

Ze is een soort “verenigingsmoeder”, niet voor niets heeft ze recent de zilveren erespeld gekregen voor bijzondere verdiensten voor de filatelie.

En af en toe maken ze een mooie vakantiereis …….  vaak per schip!

Tekst en foto’s: Norma Mulder
10 september 2012

side bg