side bg

Kees Hagoort

Kees Hagoort

Verteld door Kees Hagoort (Cornelis Marie, geboren in 1932) aan John Behringen. Kees had een installatiebedrijf in de Peperstraat en verkocht ook zogenaamd witgoed, wat hem de bijnaam de Witte Reus opleverde. Zijn vader had ook een winkel in de Peperstraat. Hij verkocht en repareerde o.a. radio’s, horloges en sieraden.

Radio stilte

Radio inleveren!!

In april 1943 wordt er door de Duitse bezettingsmacht verordonneerd dat iedereen zijn of haar radio moest inleveren. Hiermee hoopten de Duitsers te voorkomen dat de Nederlanders via Radio Oranje en de BBC luisterden naar hen onwelgevallige programma’s. Alleen de Duitse propagandaradio mocht beluisterd worden.

Via 1941 was de zg. “gelijkschakeling “, al ingevoerd. Daarmee hadden de bezetters 100% controle over de Nederlandse radio en de dagbladen. De Nederlanders luisterden echter massaal naar de “illegale” zenders, zoals de  BBC en Radio Oranje. Derhalve kwam in 1943 het bevel dat alle radio’s ingeleverd moesten worden.

De 11-jarige Kees herinnert  nog goed, dat hij het heel oneerlijk vond: de Duitsers mochten en deden van alles, wat de Nederlanders niet mochten. Vader Hagoort stelde een aantal mensen voor dat zij een oude kapotte radio – hij had er nog een aantal liggen – zouden inleveren. Ze konden dan de goede radio verstoppen en stiekem toch luisteren naar bijvoorbeeld Radio Oranje.

Maar veel mensen waren te bang om illegaal te luisteren, dus wilden ze wel de kapotte radio inleveren, maar vroegen vader Hagoort of hij hun goede radio wilde verstoppen tot de oorlog voorbij was. Vader Hagoort wilde dat wel doen, maar waar?? Brandweercommandant Deen, die even buiten Wijk naast de dijk woonde en voor de ondergrondse werkte, was bereid de radio’s te verstoppen bij zijn huis.

Dat ging een tijd goed. Maar toen de huizen en gebouwen rondom het Walletje gevorderd zouden worden om er SS-ers te huisvesten moesten de radio’s zo snel mogelijk weggehaald. Vader Hagoort bedacht een nieuwe plek, in de riolering die vanaf de school* bij Het Walletje naar de Lekdijk loopt. Nog diezelfde avond werd dat geregeld. Uiteindelijk vond vader Hagoort het riool ook te riskant, want stel je voor dat er wat gerepareerd moet worden aan het riool of dat de duitsers, grondig als zij waren, het riool zouden willen inspecteren?

Daarom werden de radio’s overgebracht naar de schuur achter de winkel. Ze werden verstopt onder een berg hout.

Huiszoeking

Toch moest er iemand, die niet te vertrouwen was, iets geweten hebben over de radio’s en dat hebben verklikt aan de Duitsers. Want niet lang daarna liep Kees in de Peperstraat toen hij zag hoe een stuk of acht Duitse soldaten de winkel binnenliepen.

Door de nog geopende winkeldeur hoorde hij hoe één van de mannen binnen riep dat ze een huiszoeking kwamen doen. Aan tafel had vader wel eens verteld dat de Duitsers een huiszoeking deden als ze iemand niet vertrouwden. Het Duitse woord daarvoor had hij vaak genoemd. Kees dacht onmiddellijk aan de radio’s. Hij wist dat zijn oudere broer Jan bij kapper Jansen in de Oeverstraat zat en rende er naar toe om hem te waarschuwen dat de Duitsers het huis gingen doorzoeken. Jan organiseerde onmiddellijk een aantal betrouwbare mensen, waaronder broer Koos.

Iedereen begreep dat het een gevaarlijke situatie was., want als de Duitsers de radio’s in de schuur zouden vinden zou dat vader Hagoort de kop gekost hebben. De radio’s moesten daar weg en wel onmiddellijk. De mannen gingen achterom; zo kon men door de poort ongezien in de schuur komen.

Jan stelde voor de radio’s te verstoppen onder de bessenstruiken die op een veldje naast de Mazijk groeiden. De mannen haalden de berg hout zo stil mogelijk uit elkaar en stapelden aan beide kanten van de schuur weer op. De radio’s werden per drie op elkaar gezet en snel, stil en….ongezien naar de struiken op de Mazijk gebracht. Daarna ging iedereen naar huis en kreeg Koos en Kees liepen ook terug naar de winkel. Daar vonden ze de deur op slot.

Een Duitser liet de broers binnen en snauwde dat er een huiszoeking was. De jongens moesten in de keuken gaan zitten. Ze hoorden in huis overal gestommel. De Duitsers waren nog in het huis bezig. Moeder Hagoort zat ook in de keuken,met een paar klanten die toevallig in de winkel waren toen de Duitsers kwamen. Ze zag  lijkbleek  en stond natuurlijk doodsangsten uit omdat ze op dat moment niet beter wist of het zou nog maar een kwestie van tijd zijn voordat het hele gezin verschrikkelijk tegen de lamp zou lopen.

Koos begroette haar vrolijk en ging op een stoel naast haar zitten. Een Duitser bleef in de keuken staan en beet hem toe dat er niet gesproken mocht worden. Toen hij even niet oplette, boog Koos zich naar zijn moeder. Zachtjes fluisterde hij iets in haar oor. Kees kon het niet verstaan, maar op het gezicht van zijn moeder zag hij de opluchting.

Aan het eind van de middag kwam vader thuis. Om beurten vertelden de drie jongens wat er gebeurd was en wat voor een ongelooflijk staaltje ze samen met hun vrienden hadden uitgehaald. Vader moest even gaan zitten.

‘Ik begrijp dat we aan een groot gevaar zijn ontsnapt,’ zei hij, ‘en dat het aan jullie te danken is.’ Terwijl hij voor zich uit staarde, stond zijn gezicht ernstig. Hij keek de jongens één voor één aan. ‘De Nederlandse radio hebben ze tot zwijgen gebracht,’ sprak hij zacht. ‘En het had maar bitter weinig gescheeld of ze hadden dat met ons ook gedaan.’

* Thans het “Feuniks-gebouw”

Interview en uitwerking: John Beringen
Gepubliceerd in 2008 in: ‘Wijk toen, Wijk nu, de verhalen’.
Samenstelling en portretfoto: Coos van den Hoek
ISBN-13: 978-90-812961-1-3
Bewerking voor de website: Norma Mulder

 

side bg