side bg

Dirk van den Hurk

Aanleiding tot het eerste gesprek was de geschiedenis van de kermisfamilie Rangé, waaraan Marianne en Ton gelieerd zijn. Hun oma van vaderskant was Stevelina Rangé. Inmiddels is in het tijdschrift Het Leven in Wijk bij Duurstede (nummer 12, november 2012 met als thema: Markten) een uitgebreid artikel geschreven over deze kleurrijke familie door Ali van Vemde. De oorsprong van deze kermis-exploitanten ligt halverwege de 19de eeuw. Oorspronkelijk kwamen ze uit Nijmegen, maar ze vestigden zich al snel in Wijk bij Duurstede.

Tijdens de gesprekken bleek dat de vader van Marianne en Ton, Dirk Wilhelm van den Hurk, een heel bijzondere, inventieve, ondernemende en humoristische man was. Meer dan de moeite waard om verhalen uit zijn leven op te tekenen en voor het nageslacht te bewaren.

Ondernemer en overlever

in Wijk bij Duurstede

Dirk Wilhelm van den Hurk in zijn jonge jaren. Hij was een moderne man die graag modieus gekleed ging.

De jonge Dirk Wilhelm van den Hurk was een moderne man die graag modieus gekleed ging.

Dirk Wilhelm van den Hurk werd geboren in Wijk bij Duurstede op 16 oktober 1905 als oudste kind van Antonius van den Hurk en Maria Stevelina Rangé.

De vader van Dirk was jong overleden, zijn moeder had een kleine winkel in de Peperstraat en probeerde het gezin draaiende te houden.

Hij was chauffeur op de eerste bus van de firma Blom, die Wijk in lijndienst aandeed. In de volksmond de Koekenbus genoemd. De garage voor deze bussen was op de plaats waar nu de Hema staat (Klooster Leuterstraat 17).

Met zijn ondernemende aard bleef hij niet lang in dienst als chauffeur. Hij wilde graag een eigen zaak. Dat werd dus een fietsenzaak, annex taxibedrijf, annex elektrawinkel en autoverhuur.

Eigen zaak

Dirk van den Hurk en Henk Kraayenhage, buschauffeurs bij de firma Blom. Deze zg. Koekenbus reed nog voor de WABO werd opgericht. Men parkeerde op de Markt.

Dirk van den Hurk en Henk Kraayenhage, buschauffeurs bij de firma Blom van de ‘Koekenbus’, van voor de oprichting van de WABO.

De precieze startdatum van het bedrijf van Dirk van den Hurk is niet bekend. Maar een zgn. nummerbewijs in de familie van een autonummer, bedoeld om auto’s te registreren, o.a. voor de belasting, is een bewijs dat er toen al een eigen onderneming was. Dit nummerbewijs met letter G en nummer 24267 is uitgegeven op 7 oktober 1932 aan D.W. van den Hurk, toen wonend op de Peperstraat 22.

Eind 1932, begin 1933 moet Dirk met zijn handel verhuisd zijn naar het ruimere pand Markt 29 (vroeger 27). Hij huurde dat van Toos van Groningen, die er naast woonde.

In de Wijksche Courant van april 1933 staat een advertentie dat de prijzen van de loterij van muziekvereniging Crescendo te bezichtigen zijn in de etalage van D.W. van den Hurk op de markt. In dezelfde krant is nog een advertentie van Van den Hurk te vinden. Hierin worden rijwielen “beste kwaliteit voor den laagsten prijs” aangeboden. Vanaf fl 29,-

Hij verkocht fietsen onder andere van Eysink, Fongers en Union. Maar ook elektrische artikelen en lampen. In diezelfde advertentie wordt gemeld dat men een luxe auto kan huren met chauffeur voor 8 cent per kilometer. Om in een levensonderhoud te kunnen voorzien, moest men wel op verschillende paarden wedden.

Volgens Ton en Marianne niets bijzonders in die tijd. Het was een buitengewoon armoedige tijd. Wijk bestond uit ruim 3000 inwoners, die vrijwel allemaal binnen de Singels woonden. Men leefde van fruitteelt, wat landbouw en veeteelt , een winkeltje of zeer kleinschalig ambachtswerk. Het is duidelijk dat men in die situatie niet kan leven van alleen de verkoop van fietsen. Vandaar dat Dirk er het nodige “omheen” deed.

Op 2 september 1937 trouwde Dirk met Elizabeth Jozefina Hendrika Maria Hoogland (geboren 9 mei 1911 in Utrecht), dochter van Maarten Hoogland en Elizabeth Jozefina Thiessen. Zij werkte op het kantoor op “Hardenbroek”. Hij had haar leren kennen toen hij op de bus reed. Ze kregen vier kinderen : Anthony (Ton, geboren 1940), Elizabeth (Liesbeth, 1943), Marianne (1947) en Margriet (1948).

Met durf, ondernemingszin en creativiteit, maar ook door zijn communicatieve vermogen kon Dirk zijn zakelijke activiteiten uitbouwen. In 1940, toen de oorlog begon, had hij (voor verhuur en als taxirijder) al meerdere auto’s in zijn bezit.

Kachel ontploft
Een verhaal dat Ries Jacobs, medewerker van het eerste uur, met verve op verjaardagen vertelde was dat van de ontplofte kachel. De winkel beneden (Markt 29) werd rond 1946 verwarmd met een salamander kolenkachel. Die werd vaak aangestoken met poetswatten in de petroleum gedrenkt om hem vlot te laten branden. Dat bleek levensgevaarlijk.

Op een gegeven moment waren Ries Jacobs en Henk Visee bezig met de kachel, toen hij met een knal ontplofte: de schoorsteen boven in de slaapkamer knalde van de muur. De kleine Liesbeth, die in de slaapkamer op bed lag, was pikzwart van de roet. Maar zij kwam gelukkig met de schrik vrij.

Oorlogsjaren en auto’s
Helaas werden de auto’s van Dirk al in het begin van 1940 gevorderd om ingezet te worden op de Grebbelinie. Om ze een camouflagekleur te geven werden er bussen bruin/groene verf opgegooid. En in de natte verf werden aarde, takjes en bladeren geplakt. Moeder Bets werd heel droevig van dit “besmeuren” van hun mooie auto’s.

Alles werd wel keurig opgetekend. Na de oorlog kregen de personen van wie auto’s gevorderd waren ook weer als eersten auto’s toegewezen. Zo kon het gebeuren dat Dirk een fraaie Horch (voorloper van Audi) kreeg toegewezen die voor de oorlog van Prins Bernard was geweest en die tijdens de oorlog door Seys Inquart was gebruikt.

Helaas kreeg Bets in de oorlogsjaren de ziekte MS. Dat betekende dat in huize Van den Hurk een hulp in de huishouding haar intrede deed. Eén van deze hulpen was Geert Qualm. Zij werkte bij de familie tot ze in 1966 verongelukte.

Allemansvriend
Opmerkelijk aan deze Wijkse ondernemer was zijn vermogen om zich in alle kringen te bewegen. In de jaren voor de oorlog en de jaren direct erna was de maatschappij nog erg verzuild. Zowel wat betreft het geloof, maar zeker ook waar het rangen en standen betrof. Op de een of andere manier slaagde hij erin in alle kringen te verkeren.

Hij was bijvoorbeeld lid van de soos, waar de Wijkse notabelen elke vrijdagavond bijeenkwamen in de “Keizerskroon” om een potje kaart te spelen. De dokter, notaris, de dierenarts zaten daar ook. Ze waren dan aan het “dobbelkoppen”. Maar ook ging hij gezellig jagen met zijn personeelsleden, waarvan hij er inmiddels 3 had in vaste dienst: Ries Jacobs, Hannes van Gelderen en Henk Visee.

Hij had een jachtvergunning voor een gedeelte van de oevers van de Lek. Ze pakten dan de Canadese kano en gingen hiermee op bijvoorbeeld op eendenjacht. Zo gingen ze een keer jagen in de buurt van het Gat van de Roodvoet. Ze joegen de eenden wat op en toen Dirk wilde schieten was hij vergeten dat het geweer niet op de veiligheidspal stond. Bij het pakken van het geweer ging het af en schoot hij een gat in de bodem van de kano.

Natuurlijk beter dan dat er een personeelslid geraakt was, maar ze hebben als gekken moeten hozen. Toen dat niet genoeg bleek is er één van de jagers op het gat gaan zitten en zo hebben ze de veilige wal gehaald, terwijl niemand in die dagen kon zwemmen! Dirk zei altijd dat hij goed kon zwemmen, maar dan wel op plaatsen waar je kon staan!!

Opbouwen na de oorlog
Hoewel Dirk na de oorlog een aantal auto’s toegewezen kreeg om zijn autoverhuurbedrijf en het taxibedrijf weer op te starten, waren het armoedige tijden. Nederland was in de oorlog zeer verarmd en iedereen probeerde op diverse manieren zijn kostje bij elkaar te verzamelen. Er was daardoor ook een moordende concurrentie.

In de jaren ‘50 gingen andere autoverhuurders voor 12 cent per kilometer rijden. In zo’n geval verdiende men helemaal niets. Maar je kon ook niet achterblijven. Dirk besloot toen een Deux Cheveaux aan te schaffen en deze als taxi  in te zetten. Dat waren de goedkoopste auto’s en ze reden ook heel voordelig. Zo kon je ook voor 12 cent per kilometer rijden, maar verdiende je ook nog wat. Op een dag huurde Marie de Rooij, samen met een zoontje de 2CV (met chauffeur) omdat ze naar Limburg moest.

Op een gegeven moment stond de eend te wachten voor de dichte spoorbomen bij Susteren, toen er een vrachtwagen achterop reed. Voor de eend stond ook een vrachtwagen. Dat is niet bevorderlijk voor een auto, welke dan ook. De 2CV werd  helemaal in elkaar gedrukt. Als door een wonder was er niemand ernstig gewond. De auto was total loss. In 1952 bezat Dirk 7 auto’s.

Oefening in brancardliggen
Dirk van den Hurk was de officiële taxirijder die de “ambulance” ritten mocht verzorgen. Daartoe had hij een contract (tot zijn dood in 1973) met het ziekenfonds, dat deze ritten betaalde.

Men moet zich zeker geen professionele ambulance voorstellen die we nu kennen. In een “gewone” taxi werd een brancard geplaatst, nadat er eerst een stoel verwijderd was en dat was het wel. Het plaatsen van de patiënten op de brancard en vervolgens het in de auto plaatsen moest geoefend worden.

Marianne herinnert zich het verhaal dat Ries Jacobs vertelde van een hilarische oefensessie, waarbij een van de medewerkers, Hannes van Gelderen, voor patiënt zou spelen. Hij werd professioneel en grondig op de brancard vastgebonden en kon dus geen kant meer op. Vervolgens hebben Ries en Henk de brancard rechtop tegen de muur van de winkel geplaatst in plaats van hem in de auto te schuiven. Daar heeft hij een tijdje gestaan. Af en toe lieten Henk en Ries hem voor de grap voorover vallen tot bijna op de grond. Hannes zal peentjes gezweet hebben, maar werd ook steeds bozer, zodat de grapjassen hem eigenlijk niet meer los durfden te maken.

Hannes was één van de intussen 5 medewerkers (Henk Visee, Ries Jacobs, Ries van der Linden en Toontje van Straten uit Cothen)

Lijkenvervoer
Er gebeurden destijds dingen die nu niet meer voorstelbaar zijn. Zo moest vader Dirk ooit in zijn taxi een lijk vervoeren. Iemand vroeg of hij op de rit ook een kinderlijkje kon meenemen. Dat kon, dus werd het kleine kistje gewoon op de grote gezet. De taxi/ziekenauto/begrafenisauto diende ook soms nog als bevallingsruimte, zoals in het verhaal van dr Fluitman beschreven staat in het boek Wijk Toen Wijk Nu, de verhalen.

Een heuse champignonkwekerij in Wijk bij Duurstede
Nog een voorbeeld van de handelsgeest van Dirk is zijn poging om op een geheel andere  en originele wijze het schrale gezinsinkomen wat te verruimen. De ook zeer ondernemende Jan van den Heiligenberg was op Voorwijk aan de Zandweg een champignonkwekerij begonnen.

Champignons waren toen niet zo bekend in deze buurt en een echte delicatesse voor mensen uit de betere kringen. Het was destijds een goede business. Ook Anton van de Brink begon een kwekerij in het Koetshuis op het landgoed Marienhove. Destijds was de gefortuneerde heer Wurffbain eigenaar van Marienhove (nu woont prinses Irene er) Dirk begon bij Jan Nel op de Ameronger Wetering. Maar na korte tijd begon Dirk voor zichzelf in de gewelvenkelders onder het voormalige Klooster in de Kloosterleuterstraat.

Dat was gelukkig lekker dicht bij huis, want er moest op de gekste tijden geplukt worden. Zo werd er gekeken hoe het ging met de champignons ging en was er niets te zien en een paar uur later moest er geplukt worden omdat ze anders doorschoten en dan brachten ze minder op. De hele familie moest dan mee helpen plukken. Dirk bracht de oogst direct naar de veiling in Zaltbommel en kwam dan zingend terug als hij er een mooie prijs voor had gekregen.

Hij was trouwens dol op zingen en zong graag operettemuziek en smartlappen. Marianne en Margriet konden helemaal ontroerd raken als hun vader tijdens de terugrit uit Zaltbommel de smartlap “Aan de muur van het oude kerkhof” zong. Op den duur leverde het vele werk van de champignonkwekerij toch niet genoeg op. Rond 1966 stopte Dirk met champignons kweken.

Alaaf!!
In Wijk bij Duurstede is altijd een grote katholieke gemeenschap  geweest. Begin jaren ’60 braken er wat voorspoediger tijden aan. Op allerlei terreinen kwam er meer vrijheid.  Er was weer ruimte voor wat luxe en plezier. Een aantal katholieke middenstanders, “prominenten”, in Wijk waaronder Dirk van den Hurk, maar bijvoorbeeld ook de heer Wurffbain besloten dat er een carnavalsvereniging moest komen, om het carnaval wat uitbundiger te vieren.

En zo werden in 1961 De Kaieschaiters op gericht.  Van meet af aan was het café “De Engel” van Hennie Peek het stamcafé van de Kaieschaiters. En dat is tot op de dag van vandaag nog zo. De Kaieschaiters maken vanaf 1961 tot op heden (2013) van het carnaval in Wijk een mooie happening, met een prachtige “optoch”waar heel Wijk elk jaar weer naar uit kijkt.

Nieuw pand
Dat Dirk van den Hurk groots durfde te dromen bleek wel uit het feit dat hij in 1951, toen het beslist economisch nog niet zo goed ging,  de schuur en de tuin kocht van het pand aan de overkant  op de hoek van de Klooster Leuter straat en de Rijnstraat. Hij wilde al jaren een eigen zaak in een eigen pand. In het jaar daarop kocht hij ook het – nog bewoonde – pand wat erbij hoorde. In een grijs verleden was hier de smederij van Vermey gevestigd.

Ook heeft Jamin het nog als opslagruimte benut. Dirk kon het pand pas betrekken als de bewoners andere woonruimte hadden gevonden. Dat duurde helaas voor hem nogal lang. Pas in 1963 kon de familie het pand aan de overkant betrekken. De winkel was toen al een tijdje in gebruik. Daartoe was dat deel verbouwd, waarbij er onder andere grote etalageramen in het pand zijn gezet

Toen de vader van Marianne stierf in 1973 hebben ze er lang over nagedacht of zij en haar echtgenoot  Jacques  Kooijman de fietsenzaak zouden voortzetten. Nog steeds was de fietsenhandel geen vetpot. Na rijp beraad en veel wikken en wegen hebben ze besloten dat wel te doen.

Rond 1975 braken er economisch betere tijden aan voor Wijk bij Duurstede (grote stadsuitbreidingen, veel meer inwoners). Marianne en Jacques besloten in 1978 tot een grote verbouwing van het pand aan de klooster Leuterstraat nummer 1 – 3. Het was aan de buitenkant inmiddels deel van het officiële “beschermde stadsgezicht”, maar binnen waren er geen monumentale eisen. De kelder met heel oude gewelven (van ongeveer 1400) werd uitgegraven. Marianne en Jacques en hun drie kinderen woonden een half jaar in een bouwkeet.

Samen met fietsenreparateur Ries Jacobs hebben ze nog jaren de fietsenzaak gerund.
Op 14 februari 1998 zijn zij gestopt.

Het pand is daarna weer grondig verbouwd en uitgebreid. Er boven is een prachtig appartement gemaakt met de ingang aan de Rijnstraat. Ook voor zoon Dick werd een appartement gerealiseerd boven het winkelpand, dat aan de firma Ter Stal verhuurd.

side bg